Nog geen vierentwintig uur na het bezoek van de raamdealers, kreeg ik bezoek van een heuse ziener. Nadat ik de man voorovergeleund uit mijn openstaand raam had helpen parkeren aan de overkant van de straat en onze wegen elkaar in de buurtwinkel hadden gekruist, sprak de nobele onbekende mij aan. Of de werken (u kent ze onderhand wel al, neem ik aan) aan het raam van mijn hand waren.
Ik kon dat enkel beamen, waarop de man zich geroepen voelde. Geroepen om mij te waarschuwen voor mijn ego, en het ego van de mij omringende medemens, slechte eetgewoonten, slechte drinkgewoonten, een chronisch gebrek aan zielerust, spiritualiteit enzovoort etcetera.
Verder zag hij in de werken ook Satan. Vooral in het kleurgebruik. Dat er aan de ramen voornamelijk schetsen en zwart-wit tekeningen hingen leek hem niet te deren, het gebruik van rood en goud in de geportretteerde femme fatale en Tookie leek voor hem de aanwezigheid van de koning der duisternis te illustreren.
De man sloeg spijkers met koppen, wat me zeer trof. Tot ik besefte hoe gemakkelijk het is de nagel op de kop te slaan voor hij die zich hult in vaagheid, want erg veel concrete raad had hij niet in petto.
Dat =lloyd= maar eens moest overwegen de grote filosofen te gaan lezen, vervolgde hij zijn relaas. Een idee dat al langer in mijn hersenpan huist, moest ik hem nageven, maar op de vraag welke de grote filosofen volgens hem dan wel mochten wezen, moest hij me het antwoord schuldig blijven. Een beetje zielig voor een man die beweerde bijzonder belezen te zijn.
Ik dacht er het mijne van maar moest toch toegeven dat de man profetische woorden sprak. We hebben hier van doen met een profeet, dacht ik, of een engel. Of de twee gecombineerd in deze vreemde manspersoon, de kans is klein maar ik sluit niets uit de laatste tijd. Mijn overpeinzing duurde blijkbaar te lang en de man hield het voor bekeken.
Ik wou hem nog bedanken voor zijn woorden en vragen of hij geen zus had, die ik dan tot in de eeuwigheid kon aanroepen: “mon ange!”, wanneer zij na de zware dagtaak alsnog de afwas voor haar rekening nemen zou.
Maar hij was weg dus,
en ik een goddelijke interventie rijker, alweer.
And looking at the statistics I wondered whatever happened to my Spanish readers, I used to have two, at least.