De CaféKnipOog
“Ey, ge moet wel in mijn ogen kijken hé!”
U weet waarover ik het heb. Een avond op café, het bier vloeit vlot en smaakt naar meer. Tot die onverlaat zomaar ineens orders begint uit te delen. Nota bene zelf met zijn ogen op het tafelblad gericht! Het lef. Ik had het wel gezien, want ik keek wel degelijk in zijn lelijke ogen.
“Euh, dude, zou je zelf niet beter opkijken, ‘k ga niet klinken op uw oogleden, lul!”
“Ah, sorry, ja, gelijk heb je, ik zei het uit reflex, sorry, allez hier, santé”
Als mensen kunnen spreken zonder denken, waarom kunnen ze op die momenten dan hun bek niet houden? ‘t Is niet omdat het kan dat het ook moet, toch?
Maar ik heb er wat op gevonden. Vanaf nu eis ik bij het klinken der glazen een knipoog. Zelf zal ik er u één geven en als blijkt dat u weinig enthousiast repliqueert, ken ik u niet. Nah! O wee als u uw twee ogen niet onafhankelijk van elkaar kan controleren!
Daar gaat het uiteindelijk toch over, oogcontact is oogcontrole. En niemand heeft het recht mij te controleren, enkel en alleen omdat hij/zij mij een pint getrakteerd heeft. Ik kijk er al naar uit, binnen hier en een beetje wordt het een geknipoog van jewelste op café. De knipoog scheidt de mannen van de jongens, de vrouwen van de meisjes.
Tenminste, dat vind ik ervan.











































