Over Johan, maar vooral toch over Mauritz
Zonder lezen geen schrijven. Heb ik mij toch altijd laten vertellen, en ik geloof het nog steeds. De daad bij het woord en ik rep mij naar de bibliotheek. Ik haal “Niemands meester, niemands knecht” (Johan Anthierens) uit het rek. Een boek van het kaliber waarmee ik graag buitenkom, of op de trein mee zit te pronken.
Diezelfde avond nog, meerbepaald, op de vloer van de trein eigenlijk. In het stuk tussen twee wagons, mijn favoriete plaats, weg van het kwetterende plebs. Mijn boek en ik. Naast mij een oudere man. Zijn hoest zwaar, hij stond op sterven, dacht ik. Zelf zou hij zoiets nooit staan denken, al zeker niet onderweg naar Brugge. “Een dik boek lees je daar”. Hij richtte zich tot mij. Een gesprek was aangeknoopt, daar kon je je moeder op verwedden en nog veel meer.
Mauritz was 67 jaar. In een ver verleden had hij nog les gegeven, lager onderwijs. Nooit getrouwd geweest, wel een vriendin gehad. Zij gaf ook les, zij het in het andere, gesubsidieerde, net. Hij “tjoepte” al eens wat didactisch materiaal uit haar school, alles voor de leerlingen. “Dat was geestig.” Gekraakt door het systeem had Mauritz het voor bekeken gehouden, gedaan met les geven. Ik wou nog vragen wat hij daarna gedaan had, maar hij was mij voor.
“Degucht heeft wijze woorden gesproken (*), maar hij heeft zich mispakt. Hij heeft het alleen maar over de kever, maar de mest is gemaakt.”
Ik kan hem niet meer gelijk geven, maar wat moeten we er nu mee, met die mest?
“Er zijn geen oplossingen in het leven. Niet tegen Bush, niet voor mijn eenzaamheid, voor niets niet. We kunnen alleen maar proberen te begrijpen. Maar daarvoor moet je Sartre en Camus en zo lezen, hé”
Mijn volgende stappen in de bibliotheek, Mauritz in gedachten.
Aangekomen in Brugge heeft Mauritz het ondertussen over (de) wiskunde, point carré meerbepaald: “Ik hoop dat ik u niet verveel.”
Nu is er weinig dat mij minder boeit dan (de) mathematische kanten van het leven, maar dat durf ik hem nu net niet te zeggen. Vol passie spreekt Mauritz en ik luister aandachtig. Plots houdt hij het voor bekeken: “Nice talking to you, ik heb graag mensen die hun brains gebruiken.” Gelijk had hij, zo heb ik ze ook graag. Een Pointdexter op zijn best komt al eens brilliant uit de hoek. Die dag toch maar eerst verder gespoord richting Kortrijk. Halverwege, niet helemaal, omdat ik in Kortrijk nu ook weer niets te zoeken had.
(*) Karel Degucht noemde Filip Dewinter een mestkever.

de trein en een boek, of omgekeerd, of zelfs zonder trein en gewoon op ‘t perron. Maar dan ook met ‘n boek. Heb ook menig menig uur gesleten en genoten op die manier en af en toe leverde deze of gene auteur die ik net las, of ‘n boek zus of zo me een aangenaam gesprek op met ‘n nobele onbekende. Paar keertjes was die nobele onbekende een niet onknappe dame/vrouw en na ons gesprek schrieef ik in m’n hoofd m’n zoveelste bestseller over de net opgedane ervaring met alle gevolgen van dien voor mezelf en de mensheid…
Comment by duvelman — October 2, 2005 @ 6:34 pm